1700 jaar Geloofsbelijdenis van Nicea
1700 jaar Geloofsbelijdenis van Nicea.
De Wereldraad van Kerken heeft aandacht gevraagd voor het feit dat in het jaar 325 volgens de Christelijke jaartelling het eerste Oecumenische Concilie werd gehouden. Dit was in Nicea. Hier werden een aantal bepalingen en besluiten genomen die tot op vandaag voor veel kerken gelden. In de Wereldraad van Kerken zijn meer dan 300 christelijke kerken en kerkgenootschappen van over de hele wereld vertegenwoordigd. De RK Kerk is geen lid maar werkt wel samen, waar het kan, met de Wereldraad.
Dit Concilie is belangrijk geworden om 2 zaken.
* ten eerste voor de geloofsbelijdenis
* ten tweede voor de vaststelling van de Paasdatum voor de hele Kerk.
Ad. 1
In 313 CE (Christelijke Era of Common Era) had de Romeinse keizer Constantijn het Christendom tot een ‘religio licita’, dit is een geoorloofde religie, verklaard naast andere religies zoals de Keizerverering, het Jodendom, Mithrascultus (een soldatengodsdienst) en Griekse en Egyptische cultussen en godsdiensten. Dat deed de keizer met het Edict van Milaan, waardoor er geen vervolgingen van christenen meer plaats konden vinden. Want ondanks die vervolgingen in de twee eeuwen voordien, was het aantal christenen flink gegroeid.
Als we de kruisdood van Jezus, te rekenen rond het jaar 33 CE en het begin van de Kerk op 50 dagen na Pasen in datzelfde jaar stellen met 12 apostelen, dan is het opmerkelijk dat er rond het jaar 100 7.500 christengelovigen zijn. En rond 200 CE al 200.000 en rond 300 CE al 2 miljoen! Het Christendom is in de tijd van keizer Constantijn al de grootste religie in zijn rijk. Er zijn dan al meer christengelovigen dan aanhangers van de Romeinse goden of Griekse goden. Maar er zijn wel verschillen in eredienst en taal en kerkregering ter plaatse. Er zijn dan 3 centra die leidinggevend zijn: Alexandrië in Egypte, Antiochië in Turkije en Rome.
Al in het jaar 70 CE was er scheiding gekomen tussen het Jodendom en het christendom. Dat kwam door een verschil in opvatting over welke boeken bij de Bijbel horen. Na de val van Jeruzalem in 70 CE tijdens de Joodse oorlog, was de Tempel verwoest door de Romeinen. Maar rabbi Jochanan ben Zakkai kreeg van de Romeinse overheerser verlof om een studie school op te richten in Javne (Jamnia) en zo de joodse religie in stand te houden. Daar werd rond het jaar 90 EC in het dagelijkse gebed de Birkat ha Minim – letterlijk: ‘zegen over de afvalligen’ opgenomen, een wat sarcastische benaming als vervloeking jegens de christengelovigen onder Rabbi Gamaliël II.
Het Christendom is voortgekomen uit het Jodendom. Jezus was joods: hij had een Joodse moeder, Maria. En God sprak hij aan als zijn ‘Vader, die in de hemelen is’. Hoe was nou de verhouding tussen Jezus en zijn God?
Daarover ging het in 325 in Nicea. De theologische richting van Alexandrië (Egypte) stond tegenover de school van Antiochië (Turkije). Was Jezus nu homo-ousios (gelijk in wezen) met God de Vader, of homoi-ousios (gelijkwaardig in wezen? En dat hangt weer samen met de opvatting/gedachte of Jezus van vóór de schepping is, of deel is van de schepping. De uitspraak van Nicea is: ‘Jezus is geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader’. Dus ‘homo-ousios. Het scheelt dus 1 letter in het Grieks! Hierbij werd ook de theologie van het Johannes-Evangelie gebruikt: ‘In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God, Dit was in het begin bij God’. In samenhang met de Neoplatoonse filosofie die onderscheid maakt tussen een fysieke en een meta-fysieke wereld/orde. Met dit denkmodel werd het Bijbelse denken verbonden en zo kwam het concilie tot de uitspraak dat Jezus wel geboren, maar niet geschapen is. Later werd dit weer geformuleerd als ‘Waarlijk God en waarlijk mens; één persoon en twee naturen’
Ad. 2
Het andere probleem was van veel groter belang voor de gewone christengelovigen in het Romeinse Rijk. De datum waarop Pasen gevierd moet worden. Volgens de traditie van de Evangeliën is Jezus opgestaan uit de dood – ofwel verrezen uit zijn graf – op de derde dag na zijn kruisdood. Op de eerste dag van de week, zondag, ervaren de vrouwen die het graf bezoeken dat het lijk weg is. Dus de viering van zijn opstanding uit de dood moet op zondag gevierd worden. Maar het is ook verbonden met Joodse Pesach. En dit feest vindt altijd plaats op eerste sabbat (zaterdag) na de eerste volle maan na het begin van de lente. Deze datum wisselt jaarlijks, zoals we nog steeds ervaren. Dit belangrijkste feest van het Christendom volgt dus nog deels de joodse feestkalender, die gebaseerd is op de maanstand. Met deze vaststellingen kon keizer Constantijn in heel zijn imperium de eenheid bevorderen!
Maar het feest van de geboorte van Jezus — Kerstmis — volgt de kalender die gebaseerd is op de zonnestand, 25 december, ongeacht welke dag van de week dit is. Zoals we nog steeds ervaren.
H. Berflo